Van Boeken Bezeten 88

Nooit verdwijnt de tijd

Het eerste hoofdstuk van de nieuwe roman van Thomas Verbogt Verdwenen tijd heb ik driemaal in me opgenomen: één keer gelezen als voorpublicatie in Luxity, het kersverse magazine voor de regio Arnhem en Nijmegen, één keer gehoord, tijdens de presentatie van het boek in Nijmegen las de auteur dit hoofdstuk voor, en tenslotte gelezen in de roman. Ook al gaat er niets boven het voorlezen door de auteur - Thomas Verbogt weet zijn tekst uit te spreken alsof hij vanachter de lessenaar het verhaal ter plekke voor je verzint -  ik geef de voorkeur aan ‘het hoekje met het boekje’ omdat in die positie er niets anders is tussen de lezer en de schrijver dan alleen het boek.

In dit eerste hoofdstuk vertelt de twaalfjarige jongen Robert over een zomeravond in 1963 in Nijmegen, over zijn ouders in de tuin, hoe het rook en welke muziek er klonk. Vanaf de beginregels is het duidelijk dat het om herinneringen gaat, beter gezegd: het gaat om gebeurtenissen die je je herinnert. Geen gewone gebeurtenissen, het zijn gebeurtenissen die je je hele leven met je meedraagt. Mijlpalen kun je ze niet noemen, heel veel bijzonders gebeurt er niet, maar de jonge hoofdpersoon ervaart een bijzonder geluksgevoel en hij weet al dat het gevoel van die avond voorbijgaat, ‘alsof het er nooit was.’ Daarbij krijgt hij een heel precies verwoord schuldgevoel: …’we zijn schuldig omdat we álles om ons heen breekbaar hebben gemaakt.’ Met deze, in het boek soms jonge en soms vier keer zo oud geworden hoofdpersoon lopen we door zijn leven. In de tegenwoordige tijd bestaat dat leven uit succesvolle optredens voor radio en televisie waar hij over van alles en nog wat een spontaan gebrachte treffende mening moet geven, tegelijkertijd ook uit bezoeken aan zijn (psycho)therapeute Daniëlle Timmers, en dat alles wordt onderbroken door de ernstige ziekte en het overlijden van zijn vader. Op die bladzij gekomen herinner ik me de pagina met het colofon waarop ik lees dat het boek is opgedragen ‘aan Bas Verbogt (1923-2008), ter nagedachtenis.’ Naast dit alles blijft Robert van Noorden zich schuldig voelen, een onverklaard schuldgevoel over dingen die verkeerd gaan. Hij ziet iets verkeerd gaan en voelt zich schuldig omdat hij er niets aan kan veranderen. Het zijn zware onderwerpen die echter licht worden behandeld. De hoofdpersoon vertrouwt zijn therapeute toe: ‘Ik neem deel aan het leven zoals het me overkomt en ik heb besloten dat nooit pijnlijk te vinden.’ Toch is Van Noorden niet iemand die wegloopt of wegkijkt. Integendeel, hij houdt van nadenken over de mensen, de dingen en de gebeurtenissen. In dat opzicht lijkt hij als twee druppels water op de columnist van De Gelderlander die ons dagelijks op de derde pagina verslag doet van zijn kleine belevenissen, beschrijvingen die uitblinken door de combinatie: stoppen, waarnemen, beschouwen, wegen, verifiëren, in twijfel trekken en weer voortgaan.

Het leven van Robert van Noorden leidt hem in de roman per toeval (maar toeval bestaat niet, zeker niet in een roman) naar Louise de Koning, die ook uit Nijmegen komt en zegt zich Robert te herinneren. Omgekeerd herinnert Robert zich Louise niet en dat laat hem niet los. Hoe het boek afloopt kan ik in deze bespreking niet prijsgeven. Zo blij als ik was dat andere lezers de onthutsende verrassing aan het einde mij onthielden, met zoveel nadruk beveel ik de roman de onwetende nieuwe lezers aan. Het boek verklaart de door het verhaal opgeroepen dilemma’s. Gun jezelf Verdwenen tijd, lees het en je zult ondervinden dat tijd in een boek nooit kan verdwijnen, zeker niet de tijd die beschreven is door Thomas Verbogt.

Noud Bles

Thomas Verbogt: Verdwenen tijd, roman, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2009, € 17,50
terug naar columnarchief