Van Boeken Bezeten 59

Met een kaarsje optimisten zoeken bij de nieuwe buren in 2007: Bulgarije

De schrijver A. den Doolaard noemde het afgelegen, onherbergzame Montenegro: Het land achter Gods rug. Nog verder weg ligt Bulgarije, het laatste land voor je Europa verlaat, sinds 1 januari lid van de Europese Unie. Dik zeveneneenhalf miljoen inwoners. In de zomer kun je naar het goudstrand aan de Zwarte Zee, in de winter vriest het voor elf Elfstedentochten en tussen zomer en winter regent het. Wat moeten wij lezers met dit land? Hebben ze een literatuur? Een eigen geluid?

Ja, zegt het enige overzichtswerk over de  Bulgaarse letteren in de ondertitel: 1300 jaar Bulgaars proza. Het boek heeft de opgewekte titel: Een mens, al leeft hij goed, sterft en een ander wordt geboren. Het begin van hun proza valt samen met de stichting van de eerste Bulgaarse staat in 681. Bulgaarse literatuur die voor ons interessant is, begint in 1878 als Bulgarije zich losvecht uit het Ottomaanse rijk. Die strijd gaat gepaard met veel woordgekletter, lofliederen op volk en vaderland en de verwerking van oorlogen met Turkije en Servië. Tot aan de Tweede Wereldoorlog is het proza realistisch, sociaal bewogen en geschilderd in primaire nationale kleuren. Daarna wordt het voorspelbaar saai in de romans en verhalen. Het socialistisch realisme legt de nadruk op het platteland en op het verleden. Welke lichtpuntjes kwam ik tegen in het met veel moeite bij elkaar geschraapte stapeltje vertalingen?

Ivan Vazov (1850 - 1921) is de patriarch van de Bulgaarse literatuur. Het korte verhaal Opa Jotso kijkt waarin Opa Jotso blind wordt op het moment dat Bulgarije een vrij land wordt, vond ik in de bundel Meesters der Bulgaarse vertelkunst  (Meulenhoff, 1971).
In het hierboven aangehaalde Een mens, al leeft hij goed, sterft en een ander wordt geboren (Vlaamse uitgeverij Masereeelfonds, 1980) trof ik het meest bijzondere korte verhaal uit Bulgarije. Svetoslav Minkov schreef De dame met de röntgenogen, waarin de eigen burgerij op de korrel wordt genomen.
Ook uit Vlaanderen de bundel Werk uit Bulgarije, proza (Uitgeverij Manteau, 1971). In deze pocket Bogomil Raïnov: De blauwe bloemen. Dit verhaal is bijzonder omdat het de korte liefde beschrijft van de Bulgaarse hoofdpersoon voor Johanna, een Nederlands meisje. De blauwe bloemen groeien als klimop aan de gevel van haar huis bij de jachthaven in Muiden.
Een vreemde leeservaring biedt het korte verhaal Japans hotel van Jordan Raditsjkov in de bundel Bulgarije, verhalen van deze tijd (Meulenhoff, 1990). De schrijver begint met de verzuchting dat ‘wij er allemaal getuige van zijn hoe Amerika aardig doet tegen Europa en hoe het haar, terwijl het probeert haar een nieuwe Pershing-broek aan te trekken, voortdurend geruststelt met de woorden: ‘Niet bang zijn meisje.’ De Pershing-broek dat zijn de kruisraketten, en dan hebben we het over 1983 het jaar van de grote demonstraties in Nederland en elders. Die kruisraketten kwamen er. De rest is voor de Bulgaren eind-goed-al-goed geschiedenis.
Geboeid las ik Woeste verhalen van Nikolaj Chajtov ( Manteau, 1991) en niet alleen omdat in het korte verhaal Een gecompliceerde wereld de hoofdpersoon wordt belaagd door een schurk uit de bergen, bijgenaamd De Bles. Chajtov kiest zijn personages uit de onderkant van de maatschappij die altijd de klappen krijgen en soms met slimheid tijdelijk een beetje winnen.
De twee romans op mijn stapel wedijverden in gruwelijk geweld en uitzichtloosheid. Jordan Ivantsjev: Kleuren van verschrikking en Christo Zaprianov De gevilde hond. Goed geschreven, maar zonder het spoortje optimisme dat achter de donkerste wolken de zon vermoedt.

Daarom kies ik voor een vrolijk Bulgaars einde. In de prachtbundel Een paard dat Pools praat en andere satirische verhalen uit Midden- en Oost-Europa (uitgeverij Prestige, 1998) het Bulletin over het gebied ten zuiden van de Donau van de Stanislav Stratiev. Voor de liefhebbers ligt bij Polman een exemplaar van mijn Bulgarije-tip.

Noud Bles
terug naar columnarchief