Van Boeken Bezeten 56

Nobelprijs voor de literatuur 2006 naar de Turkse schrijver met de rechte rug

‘Niemand in Turkije durft te spreken over de moord op een miljoen Armeniërs en dertigduizend Koerden. Daarom doe ik het. Dat is ook de reden waarom ze mij haten.’ Deze uitspraak van Orhan Pamuk in februari 2005 tegenover een journalist van de Zwitserse krant Tages-Anzeiger bezorgde de bekendste Turkse schrijver een storm van kritiek in eigen land en een officiële aanklacht wegens belediging van de Turkse natie die alleen na heftige druk van buitenaf - Turkije wil o zo graag lid worden van de Europese Unie - werd ingetrokken en niet leidde tot een bizar juridisch proces. Als gevolg van deze en andere opvattingen werd Orhan Pamuk een in het Westen alom geknuffelde dissident. Op donderdag 12 oktober, de dag waarop in Frankrijk een wetsvoorstel die het ontkennen van de genocide tegen de Armeniërs strafbaar stelt is goedgekeurd, werd aan de Orhan Pamuk de Nobelprijs voor de literatuur toegekend. Een politieke keuze van de Koninklijke Zweedse Academie of een keus die recht doet aan literaire kwaliteit?

Kijken we eerst naar de in 1952 in Istanbul geboren schrijver die in 1982 debuteert met het niet in het Nederlands vertaalde Cevdet bey ve Ogullari (De heer Cevdet en zijn zonen). De eerste vertaling die wij van Pamuk konden lezen is De witte vesting, de roman verscheen bij De Arbeiderspers in 1993. Daarna komen vertalingen van zijn boeken met de regelmaat van een klok: Het huis van de stilte (1995), Het nieuwe leven (1999), Het zwarte boek (2000), Ik heet Karmozijn (2001), Sneeuw en Istanbul, herinneringen en de stad (2005). Met elk boek wordt de waardering voor zijn werk groter. In 2003 krijgt hij de IMPAC Dublin Award en in 2005 de Vredesprijs van de Duitse Boekhandel. In het werk van Orhan Pamuk ontmoeten we de wereld van Oost en West, van Turkije en West-Europa. Soms als een Kafkaiaans sprookje zoals in de roman Sneeuw, waar een man in een besneeuwd stadje alle soorten activisten en fanatiekelingen tegenkomt die Turkije heeft voortgebracht. Dan weer als wandeling door het heden en verleden van Istanbul, die Oost en West met elkaar verbindt en waar hij 54 jaar geleden werd geboren, opgroeide en waar zijn schrijfhuis staat. Pamuks oeuvre wordt vergeleken met dat van Borges, Calvino, Eco, Joyce en Thomas Mann.

De rechtszaak die tegen hem in 2005 werd aangespannen na zijn uitspraken in de Zwitserse krant werd snel een krachtmeting tussen de Turkse nationalistische gevoelens en de wijdverbreide weerzin tegen het muilkorven van de schrijver die de geschiedenis niet verloochent. In het massale internationale protest liet Nederland zich niet onbetuigd. Europaminister Nicolaï en een EU-commissie onder leiding van Camille Eurlings dreigden de procedure van toelating van Turkije tot de Europese Unie voortijdig te stoppen. De uitkomst was even komisch als ergerlijk: de Turkse rechtbank werd door de overheid ‘onbevoegd verklaard de opportuniteit van het proces tegen de schrijver te beoordelen’. Zaak gesloten. Zoals we uit Frankrijk vernemen, daar vooralsnog niet.

De Nobelprijs voor de literatuur is vaak een mengeling van politiek en kunst. Ditmaal in mijn ogen een gelukkige mengeling.

Noud Bles
terug naar columnarchief