Van Boeken Bezeten 37

Oude schrijvers gaan niet dood, Theun de Vries 1907 - 2005

Uit Syrische kwatrijnen, De vier uitersten, III De hel:

Nooit luwt de haat. Nooit raakt het boek voltooid
Nooit komt de brief. Nooit wordt de kus gekust.
Nooit valt de nacht. Nooit komt het brein tot rust.
En in de wond wordt eeuwig zout gestrooid.

Theun de Vries, op 26 april 1907 in Friesland geboren,  zou deze maand 98 zijn geworden. Maar hij overleed op 21 januari 2005 en werd dus ‘slechts’ 97. Meer dan honderd boeken schreef hij en zo hoort hij tot de kwantitatieve giganten die ons land rijk is: Louis Couperus, Simon Vestdijk en inmiddels (maar still going strong) Willem Brakman. Hoe komt het dat bij ons van auteurs die veel schrijven snel gezegd wordt dat ‘daarom de kwaliteit van hun werk niet deugt’? Als dat over iemand beweerd werd, dan was het over Theun de Vries. Soms schreef hij inderdaad kneuterig, soms misschien te snel. En toch horen zijn toppers tot de hoogtepunten van onze literatuur.
Eerst iets over hemzelf. Geboren in 1907, hoorde hij uit de eerste hand verhalen van de vorige generatie over het einde van de negentiende eeuw, onderging de eerste en de tweede wereldoorlog en beleefde de verwarrende tweede helft van de laatste eeuw. Theun de Vries verdiepte zich in de historische achtergronden van zijn tijd en onderzocht de wortels van de politieke en sociale veranderingen. Niet alleen die van het socialisme en communisme, dat deed hij intensief, maar ook van de opkomst, bloei en ondergang van de adel (achtereenvolgens in Friesland, Frankrijk en Rusland). Daarnaast beschreef hij de oorsprong van de beschaving in Sumerië in de roman Sla de wolven, herder! en de levens van een keur van historische en culturele helden als: Karel de V, Rembrandt, Jozef Haydn, Jeroen Bosch, Josquin des Prés, Spinoza en Vincent van Gogh. Tussen 1936 en 1971 was De Vries actief lid van de Communistische Partij Nederland, in de oorlogsjaren verzetsman en kampbewoner, tot 1956 bewonderaar van Stalin en regelmatig bezoeker van de Sovjet-Unie. Hij, die in 1939 en 1949 een lofdicht schreef bij gelegenheid van de 60e en 70e verjaardag van de Sovjetdictator, merkte in laatstgenoemde jaar bij een bezoek in Moskou dat zoveel mensen in Rusland logen alsof liegen tot het gewone leven hoorde. Maar het duurde tot 1971, dus ver voorbij de onthullingen van Chroetsjov (1953), de Hongaarse opstand (1956) en de inval in Praag (1968) eer Theun de Vries van de CPN afscheid nam. Dat was een van de redenen voor de weinige erkenning die hij voor zijn werk ondervond. “Plat sociaal realisme, vertellersliteratuur van een dilettant, niet vernieuwend, niet origineel” waren de te gemakkelijke, oppervlakkige oordelen over zijn romans en novellen. Aan de andere kant, hij kreeg in 1962 de P.C. Hooft-prijs, in 1979 een ere-doctoraat in Groningen, in 1984 de Henriëtte Roland Holst-prijs en in 1987 de prijs van het Kuntenaarsverzet. Er zijn schrijvers die het met minder doen. 
Drie, eigenlijk vier, bijzondere boeken wil ik noemen:
·Sint Petersburg en Terug uit Irkoetsk, een dubbelroman over het tsaristische Rusland uit de 19e eeuw,
·Baron, over Lodewijk de XIVe, de Zonnekoning, Molière en het Parijs van de 17e eeuw,
·Het hoofd van Haydn, een historisch, op feiten gebaseerd detectiveverhaal uit Wenen na Napoleon.

Helaas op dit moment niet te vinden in uw boekhandel, wel verkrijgbaar de volgende titels, alle bij Querido:
-Alles begint bij de dingen (gedichten)
-Wilt Tjaarda (jeugd in Friesland)
-De wilde vrouwen van Pella (bacchanten in het oude Griekenland)
-Het motet voor de kardinaal (musici rond Josquin des Prés zwervend tussen Holland en Rome)
-Het meisje met het rode haar (na De aanslag dé klassieker onder de oorlogsromans)
-Ketters (studie over 14 eeuwen ketterij, volksbeweging en kettergerichten)

Noud Bles
terug naar columnarchief