Van Boeken Bezeten 35

Het portret in de literatuur

Elk kort verhaal bevat minstens één, in woorden uitgewerkt portret. Elke roman bevat al gauw een complete portrettengalerij. Vaak tot in de fijnste details geeft de schrijver een beeld van de bonte groep personen die zijn bladzijden bevolkt. En de schrijver vermag iets wat voor de schilder onmogelijk is, namelijk het volgen van de ont­wik­ke­ling van het personage in de tijd, zowel innerlijk als uiterlijk, tot en met weergave van de meest ver­bor­gen drijfveren en de diepste gevoelens die voor het inlevingsvermogen van de lezer, zo belangrijk zijn. De perso­nages kunnen uitgroeien tot mythische rol­model­len: Odysseus, de dwaler, Medea, de wraakzuchtige, Marieken van Nieumeghen, de berouwvolle. Maar ook Don Qui­chotte, Anna Karenina, Madame Bovary, Eline Vere, en in mijn eigen werk: Jeroen van Aert (de Barok­jager), Zeger Faber (De Poolse weg) en vader en zoon Benno Goet­hart (Bevrijdingsvuur). Ja, de lite­ra­tuur kan veel, de literatuur kan alles. Maar waarom springen de tranen in mijn ogen als ik een ge­schil­derd portret zie, en waarom word ik pas ontroerd nadat ik een verhaal of een roman uitgelezen heb?
Je ogen dwingen als de ogen op een doek. En werkelijk, haar ogen dwongen mij, op een onweer­staan­bare wijze. Zij brachten mij in een vreemde, geweldige, ongekende verwarring - die geschilderde ogen die eens hadden geleefd en die misschien nog altijd leefden. O! de bekoring die op mij neerdaalde van dat donkere schilderij, uit die ondoorgrondelijke ogen, een machtige bekoring, maar tegelijk verte­de­rend als een briesje dat langs ons strijkt, verleidelijk als een avondhemel waarin paarse, roze en blauwe tinten in elkaar vloeien, maar ook een beetje droefgeestig als de nacht die erop volgt. De ogen door enkele pennestreken tot leven gebracht, van wat de blik van een vrouw ons voortovert, van wat in ons de liefde doet ontluiken. (Guy de Maupassant: Een portret)
Zodra schrijvers over zichzelf beginnen, noemen zij hun autobiografische notities een portret. Neem Hella Haasse: Zelfportret als legkaart met opmerkingen over de combinatie schrijfster, moeder en huis­vrouw. Of de voor­laatste Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee: Portret van een jongman of James Joyce met bijna dezelfde titel: Een portret van de kunstenaar als jongeman. Steeds gaat het om herin­ne­ringen, de schrijver schildert zich in een reeks van belevenissen. Waarom? Om bewust te leven, zegt Hella Haasse, om te weten wat ik met mijn leven wil, luidt de drijfveer van Coetzee. En Joyce beschreef zijn jeugd­jaren om de stad en het land van zijn geboorte die hij ontvlucht had in zijn geest te kunnen bewaren. Bij uitstek zijn dit zelfportretten, ze vertel­len ons hoe de schrijver is geworden wat hij of zij is.
Anderzijds zijn geschilderde portretten, zoals in het hier aangehaalde verhaal van Guy de Maupassant, vaak aanleiding of thema in een verhaal. Louis Couperus, Nocolaj Gogol, Edgar Allen Poe en Iwan Toergenjew deden dit met verve. Het beroemdste por­tret in de literatuur is Het portret van Dorian Gray geschreven door Oscar Wilde. Oscar Wilde was dandy en bo­hé­mien in de decadente jaren die voorafgingen aan de overgang van de acht­tiende naar de negentiende eeuw, het ‘fin de siècle’. Hij werd beschuldigd en veroordeeld vanwege een homoseksuele relatie. We vinden in dit boek hartstochtelijke schoonheidsaanbidding, zowel van de geportret­teerde als van het portret, en op­zettelijke omkering van alle waarden en normen. Als hij wordt geschilderd is Dorian Gray een beeldschone jongeman. Ondanks zijn heftige leven vol uitspattingen en genot blijft zijn uiterlijk jeugdig, in tegenstelling tot het schilderij dat een ouder en ouder wordende man toont. De schrijver Oscar Wilde heeft in zijn verhaal bereikt wat voor de gewone schilder niet is weggelegd: het portret volgt de loop van tijd en tenslotte is de bloed­mooie jongvolwassene op het doek veranderd in een gerimpelde, verschrompelde grijsaard. En de echte Dorian Gray? Tot troost van ons, ook wij vallen ten prooi aan de tijd, met hem loopt het niet goed af. Tot slot een citaat uit het eerste hoofdstuk als de schilder uit dit boek aan het woord is: ‘Elk portret dat met gevoel geschilderd is, is een portret van de schil­der, en niet van zijn model. Het model is niet meer dan de toevallige aanleiding Niet zijn beeltenis wordt door de schil­der onthuld; maar de schilder onthult op het gekleurde linnen zijn eigen portret.’

In galerie K-dijk, Kommerdijk 23 in Gendt zijn van 30 januari t.m. 6 maart 2005 veel portretten van veel schilders te zien. Ga eens kijken of er iets van de makers in het daar opgehangen werk wordt onthuld.

Noud Bles
terug naar columnarchief