Van Boeken bezeten 28

De waarde van een dode ziel

Ditmaal los ik de belofte in uit Van boeken bezeten 23 (Nieuwsbrief februari 2004) en probeer ik antwoord te geven op de vraag: welke waarde heeft een dode ziel? Ongeveer een maand geleden schreven de dagbladen over de prijs in dollars van een mensenleven in het rijke Westen en in een ontwikkelingsland. Zij kwamen er niet uit.

In Nicolaj Gogols grote roman De dode zielen zijn de overleden lijfeigenen voor hun vroegere eigenaar nog geld waard. De even louche als charmante hoofdpersoon Tsjitsjikow betaalt minimaal 32 kopeken en maximaal tweeŰneenhalve roebel per ziel zodat hij gestorven boeren administratief kan overschrijven op zijn eigendom. De verkopers, op geld beluste grootgrondbezitters, gissen vergeefs naar het waarom van deze onzinnige transacties. Tsjitsjikow weet zich op goedkope wijze op papier te verzekeren van een groot aantal lijfeigenen. Zeer tijdelijk, want zodra de dode zielen administratief zijn doodverklaard, is zijn bezit tot nul teruggelopen.

De waarde van overledenen is ook het centrale gegeven in het korte verhaal 2000, (opgenomen in mijn verhalenbundel Het Anatomisch Museum *). De beheerder van de universitaire afdeling Anatomie heeft als plicht ervoor te zorgen dat elk jaar vijftig lichamen van overledenen beschikbaar zijn voor het medische onderwijs. Om dat te bereiken, beschikt hij over een groep van 2000 mensen die na hun dood hun lichaam aan de wetenschap afstaan. Maar hoe kan hij jaar in jaar uit garanderen dat de noodzakelijke vijftig in de anatomische snijzaal arriveren? Slim probeert hij het toeval de baas te worden, zal dat voldoende zijn om alle grillen van het lot te overwinnen? Het verhaal geeft indirect antwoord op de vraag wat een overledene waard is. De universiteit betaalt niet voor een stoffelijk overschot, noch voor de belofte het lichaam na de dood te doneren. De compensatie bestaat uit het opzeggen van de begrafenisverzekering, immers de afdeling Anatomie regelt na het overlijden alles, maar dan ook echt alles. 

Tenslotte vinden we twee voorbeelden waarin ÚÚn overledene na zijn dood van waarde blijkt in de boeken van Jorge Semprun en Andre´ Makine.
Jorge Semprun beschrijft in De dode met mijn naam dat de Gestapo in hem ge´nteresseerd blijkt en hoe zijn medegevangenen in kamp Buchenwald hem een nieuwe identiteit bezorgen. Een in alle opzichten op hem lijkende medegevangene die op sterven na dood is, gaat zijn plaats innemen en hij zal voortaan als de nu bijna-dode door het leven gaan. In de ziekenbarak maakt hij kennis met zijn dubbelganger, geeft hem om zijn laatste uren te verlichten een, in het kamp kostbare sigaret en ze spreken over hun voorliefde voor gedichten van Rimbaud. Het boek beschrijft de poging om zichzelf te blijven op het moment dat het noodzakelijk is iemand anders te worden. Sempruns gegeven is een verhaal om over na te blijven denken.
Over het boek De muziek van een leven van Andre´ Makine schreef ik eerder lovend in Van boeken bezeten 10 (januari 2003). Hier is de hoofdpersoon een jonge, veelbelovende Russische pianist die bij het begin van de Tweede Wereldoorlog vlucht en zijn vege lijf redt door het uniform en de identiteit van een gesneuvelde Russische soldaat over te nemen. Zijn pianotalent verraadt hem na de oorlog en deze misstap kost hem dertien jaar gevangenschap in een Siberisch kamp.
Twee keer hetzelfde thema: twee keer betekende de dode de overleving van degene die de ander werd. Onschatbaar is de waarde van die overledene op dat moment. En telkens de beklemmende vragen: wie wij zijn en wat er van ons overblijft als we gedwongen worden onze eigen persoon op te offeren.

Vier pogingen om het geheim van leven en dood in verhaalvorm te ontraadselen. Vier tippen van de sluier  worden opgelicht, terwijl de kranten in hun eendimensionale benadering het raadsel alleen hebben toegedekt.

*) De bundel is op weinig plaatsen verkrijgbaar, Boekhandel Polman heeft nog enkele exemplaren.

Noud Bles
terug naar columnarchief