Van boeken bezeten 22

De boekenvriend

Wat maakt iemand tot een boekenvriend, het aantal boeken dat hij leest of de intensiteit van zijn liefde voor een boek? Ik wil het weten als ik de huiskamer van mijn oude vriend Fons binnenstap en durf het toch niet te vragen. Daarom begin ik met vragen die iedereen kan stellen, zoals: hoeveel boeken heb je en weet je welke boeken je bezit. Zijn antwoorden helpen me niet. Op de eerste vraag reageert hij met: dat weet ik niet en op de tweede zegt hij: ik heb mijn boeken in mijn hoofd. Ik denk na en kijk naar buiten, maar het grote raam is omvat door een kozijn van boekenplanken, er zijn boeken onder, boven, links en rechts en ik merk dat al die liggende en staande banden het uitzicht op de buitenwereld wegnemen.

De vraag ‘waarom lees je?’ is voor een lezer is net zo onbeantwoordbaar als een schrijver vragen waarom deze schrijft. Daarom vraag ik na enige aarzeling: “Welk boek heeft de meeste indruk op jou gemaakt, en hoe kwam je ertoe om juist dat boek te gaan lezen?” Hij antwoordt: “De ondergang van de familie Boslowits van G.K.van het Reve. Toen nog Gerard Kornelis van het, want het was in het schooljaar 1962/1963, ik zat op het Triniteits Lyceum in Haarlem. De voornaamste reden dat boek te kiezen was, afgezien van de geringe omvang, vooral de ernstige ontrading door mijn toenmalige leraar Nederlands Kees Fens. Er stonden vijftig boeken op mijn lijst, maar de kans dat op het mondeling examen vragen over dit werk gesteld zouden worden, leek me minimaal. Het verhaal maakte geen indruk op me. Veel later, op vrijdag 28 mei 1971, kreeg ik van mijn collega Tamar, een half-joods meisje met wie ik mijn werkkamer deelde, bij haar afscheid De ondergang van de familie Boslowits cadeau. Ze vertrok met haar ouders naar Amerika. Tegen haar zin, ze had het gevoel dat het haar daar niet goed zou vergaan. Meer dan tien jaar later, ik had het boek gelezen noch aangeraakt, vernam ik dat Tamar al in 1976 was overleden. Ik nam opnieuw De ondergang ter hand en was geschokt door de ontluisterende geschiedenis van de vader, moeder en kinderen Boslowits tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hun noodlot is vanaf de eerste bladzijde op een beklemmende manier aanwezig en ik voelde pijnlijk de parallel met haar levensloop. Binnenkort ga ik De avonden, Werther Nieland en De ondergang van de familie Boslowits herlezen en het is daarbij onvermijdelijk dat ik heel vaak aan mijn collega Tamar zal denken; wie anders zal dit ook nog wel eens doen?”

Soms maakt één antwoord veel vragen overbodig.

Noud Bles
terug naar columnarchief