Van boeken bezeten 15

Reizen met boeken

Dit jaar heb ik besloten om naar Sint-Petersburg te gaan zonder de stad te bezoeken. De literaire reisbestemming van 2003 is zonder twijfel Sint-Petersburg, de stad die 300 jaar gelden door Tsaar Peter de Grote aan de monding van de Newa uit het moeras is gestampt. Peter de Grote wenste een nieuwe hoofdstad voor Rusland en daarbij had hij Amsterdam, dat hij kende, voor ogen. Zijn Italiaanse architecten bouwden, net als de Hollanders op palen, maar wat zij bouwden in de vroege achttiende eeuw was - en is - een ongeëvenaarde ruime, barokke modelmetropool. De korte, heftige bouwgeschiedenis, de drang om ten koste van alles de grandeur van Frankrijk, Italië, Engeland en Pruissen naar de kroon te steken heeft op deze noordelijke lokatie een stad opgeleverd met het grootste paleis, het Winterpaleis of de Hermitage (een echte kluizenaarswoning met 1500 zalen en 117 trappenhuizen), maar ook met het immense paleisplein van 60.000 m2 tussen de zuidgevel van het Winterpaleis en de halve cirkel van de Generale Staf. In het Winterpaleis, het Hermitagemuseum met alweer ongrijpbare getallen: 3 miljoen kunstwerken, waaronder 24 mooiste Rembrandts, de bezoekersgarderobe met meer dan 7000 kledinghaakjes. Dus vlucht een gewoon mens naar buiten, kijkt omhoog naar de Alexanderzuil met de bronzen engel, naar het bronzen victorierijtuig op de poort van de Generale Staf, naar de beide Rostrazuilen, vergaapt zich aan de Admiraliteit met zijn slanke gouden spits, de Bronzen Ruiter en de kathedralen gewijd aan Petrus-en-Paulus en Isaäk. En voor wie alles nog niet genoeg is, loop langs het Smolnyklooster en Smolnyinstituut (waar Lenin zijn hoofdkwartier had), de Kunstkamer (o.a. de anatomische collectie van de Nederlander Frederick Ruijs), de Aurorakruiser, die het startschot voor de Oktoberrevolutie afvuurde, het Alexander Nevskiklooster en de Nevski Prospekt.

Er gaat niets boven de Nevski Prospekt, althans in Petersburg: voor Petersburg betekent zij alles!. Openingszin van Gogols Peterburgse Vertellingen. Deze hoofdstraat verbindt bijna alle grote Russische schrijvers met elkaar. We beginnen met Poesjkin (Jevgeni Onegin, De Kapiteinsdochter) (aan zijn tragische dood na een duel met de pleegzoon van de Nederlandse gezant wijd ik een aparte Van boeken bezeten). Nicolaj Gogol (behalve de Petersburgse vertellingen als Het portret, De mantel en De neus, ook de roman De dode zielen) woonde in de Nevski Prospekt op nr. 17. Niet ver daarvandaan twee woonadressen van Ivan Toergenjev (Vaders en zonen, Eerste liefde en Jagersverhalen). Dostojevski, natuurlijk hij is de meest Petersburgse auteur van allen, Schuld en boete (nu Misdaad en straf als titel) en De idioot en Aantekeningen uit het sousterrain. Zijn sterfhuis ligt net achter de Nevski Prospekt op de hoek van de Smidssteeg en de Dostojevskistraat. Lees de indrukwekkende sterfscène van Dostojevski in: Zomer te Baden-Baden van Leonyd Tsypkin en bezoek het graf van Dostojevski op het kerkhof van het Nevskiklooster. Anton Tsjechov zag De Meeuw in première gaan in het Alexandra Theater aan de Nevski in 1896 (waar Gogol zijn Revisor voor het eerst opgevoerd zag in 1836). Vladimir Nabokov (auteur van Lolita, van al die andere prachtige romans en vooral van het wonderschone autobiografische Geheugen, spreek) ging via de Nevski naar school en als hij spijbelde, schoof hij met zijn eerste liefde Tamara op de achterste rij van de bioscopen Parisiana en Piccadilly. De drie grote dichters van de twintigste eeuw woonden of werkten er (of bedronken zich in het Literair Café): Anna Achmatova, Boris Pasternak en Osip Mandelstam. En ook misschien de grootste, Joseph Brodsky. Hij woonde net ten noorden van de grote boulevard. Van hem (die in 1972 Leningrad werd uitgejaagd) vier regels over zijn stad:

We woonden in een stad met de kleur van versteende wodka.
Stroom kwam van heel ver, van de moerassen,
en als het avond was geworden leek onze woning
met turf besmeurd en overdekt met muggenbeten.

Veel reisimpressies ontleende ik aan Hans Boland: Sint-Petersburg onderhuids (Atheneum-Polak & Van Gennep) en aan De façades van Sint-Petersburg (stedenreeks Het oog in ‘t zeil van uitgeverij Bas Lubberhuizen). Wie in het echt naar Sint-Petersburg wil deze zomer kan proberen of er nog plaats is bij de literaire themareis Poesjkin, Dostojevski, Achmatova en Gogol (lees http://
www.goudenengel.nl).

Noud Bles
terug naar columnarchief