Van Boeken Bezeten 97

Uit de schatkamers van de Hongaarse literatuur

Ze lijken onuitputtelijk en bezorgen de lezer telkens weer blije verbazing, de schatkamers waaruit de vertalers zonder ophouden nieuwe verrassingen weten op te diepen die zij in opgepoetst Nederlands aan ons voorleggen. In het bestek van enkele maanden verschenen er drie nieuwe titels, twee Hongaarse auteurs verschijnen voor het eerst in ons taalgebied en van de derde brengt uitgeverij Van Gennep nu al zijn vierde roman. Het is een inhaalslag van formaat: geen van de schrijvers hoort tot de hedendaagse levendige Hongaarse letteren.

Margit Kaffka, de eerste die we onder de leesloep leggen, werd in 1880 geboren in Nagykároly, dat nu tot het Roemeense grondgebied hoort. In de Hongaarse vernieuwingsbeweging Nyugat (Nyugat = Westen) was zij de eerste schrijvende vrouw. Begonnen als dichteres en schrijfster van korte verhalen, schreef ze in 1912 haar voornaamste roman Kleuren en jaren. Dit boek geeft een beeld van een ouderwetse jeugd in een ouderwetse tijd, waarin adel, bezit en de macht van mannen domineren. Hoofdpersoon Magda Pórtelky, een eenzame vijftig jaar oude vrouw - in haar ogen is haar leven voorbij - kijkt met de wijsheid van nu terug op haar leven. Het is een tragisch relaas van afhankelijkheid en het voorbijgaan van een verwachtingsvol begonnen en onbeduidend eindigend bestaan. Margit Kaffka publiceerde dit boek op haar 32ste, op dat moment had zij zich vrijgevochten van haar afkomst, beperkte opleiding en de beknelling van haar eerste huwelijk. Zes jaar later zal ze te vroeg overlijden aan de Spaanse griep.

Dezso Kosztolányi is geen onbekende. Zijn mooiste roman Anna verscheen in 2004, gevolgd door De bekentenissen van Kornél Esti in 2006 en Leeuwerik in 2007. Dit voorjaar worden we verrast met de historische roman Nero, de bloedige dichter. Als nawoord lezen we de waarderende brief van Thomas Mann aan Kosztolányi waarin hij de auteur de lof toezwaait die hij verdient. Nero, Agrippina, Octavia, Seneca en Brittanicus, de namen die in de geschiedenisboeken niet tot leven komen, worden hier mensen met een hoofd waarin een al dan niet redelijk verstand en met een hart. Mensen van vlees en vooral van veel bloed.

Tegenstellingen zijn de beste aanwijzingen voor een sterke literatuur, groter tegenstelling met voorgaand boek zullen we in De arme Svoboda van János Székely ons nauwelijks kunnen voorstellen. Hoofdpersoon Svoboda is de geringste onder de geringen: arm, dom en in zijn leven met heel weinig al gelukkig. Hij slijt zijn dagen als kruier in het station op de spoorlijn Berlijn - Praag tot de donkere dagen van 1939 in de Tsjechische provincie beginnen. János Székely (niet te verwarren met László Székely, de Hongaarse auteur die trouwde met onze Madelon Lulofs, de vrouw die de bekende Indië-roman Rubber schreef) vluchtte na de Eerste Wereldoorlog naar de Verenigde Staten en leefde daar van het schrijven van filmscenario’s. De arme Svoboda doet denken aan het werk van de Tsjechische auteur Hrabal. Liefhebbers van diens kostelijke grotesken als Al te luide eenzaamheid, De toverfluit en Zwaarbewaakte treinen zullen smullen van de avonturen van de grote, simpele Svoboda en zijn medeburgers in het stadje dat wordt overvallen door een niets ontziende SA-bende. Behalve deze korte roman, die stopt wanneer je nog een ontknoping verwacht, is er van János Székely nog een vuistdik epos getiteld Verleiding die handelt over de weinig bekende geschiedenis van Hongarije direct na afloop van de Eerste Wereldoorlog.

Zo brengt het ene boek je vanzelf bij het andere en komt er voor de echte liefhebber voorlopig geen einde aan het ware leesplezier.

Noud Bles

Margit Kaffka: Kleuren en jaren, roman, 2010, Uitgeverij Van Gennep, prijs € 18,90
Dezso Kosztolányi: Nero, de bloedige dichter, roman, 2010, Uitgeverij Van Gennep, prijs € 19,90
János Székely: De arme Svoboda, roman, 2009, Uitgeverij Anthos, prijs € 19,95
Idem: Verleiding
, roman, 2007, Uitgeverij Anthos, prijs € 39,95
terug naar columnarchief