Van boeken bezeten 9

De Nobelprijswinnaar lezen

Van de Hongaarse Nobelprijswinnaar voor de literatuur 2002 Imre Kertész was op het moment van de toekenning in oktober weinig meer in de boekhandel of bibliotheek verkrijgbaar dan Ik, de ander, een bundel essays die hij in 1997 schreef en in 2001 in Nederlandse vertaling verscheen. Zijn romans Onbepaald door het lot, Het fiasco en Kaddisj voor een niet-geboren kind waren weliswaar hier uitgebracht, maar in het succesjaar nergens voorhanden. De vergelijking met de ontvangst van zijn werk in Hongarije dringt zich op. Onzichtbaar, onhoorbaar, dus niet bestaand, tot de jury in Stockholm in haar wijsheid anders oordeelde. Kertész’ belangrijkste boek de autobiografische roman Onbepaald door het lot is weer herdrukt. Ter introductie van dit boek sprak ik met de in Hongarije geboren, maar sinds 1967 in Nederland verblijvende Leona Arts - Lestár. Leona woont in Beek bij Nijmegen en werkt als zelfstandige tolk-vertaler en privé-docent Hongaars.

Ik vroeg haar wanneer zij kennis maakte met de boeken van Kertész. Dat was - opnieuw tekenend - niet in Hongarije, terwijl ze haar geboorteland als vierentwintigjarige verliet. De kennismaking vond plaats in Nederland op aanraden van een van haar leerlingen, in het spoor van auteurs als Esterházy, Nádás en Konrád. Kertész lezen, weliswaar in Nederlandse vertaling, betekende voor haar een openbaring. Wat hij schreef over de zwarte bladzijden van de Tweede Wereldoorlog en de kwalijke rol van menig landgenoot was vanuit haar eigen land een gesloten boek. Kertész legde zijn vingers op vrijwel vergeten, maar niet geheelde wonden. In 1944 werden binnen één jaar tijd 400.000 Hongaarse joden afgevoerd, de 14 jaar oude Imre Kertész was een van hen.
Recent las Leona Arts opnieuw Onbepaald door het lot, maar nu het Hongaarse orgineel, Sorstalanság getiteld. Nog meer dan de eerste keer, zegt ze, werd ik getroffen door zijn stijl. Hij levert rake beschrijvingen van zijn wereld van die dagen, de sfeer van Boedapest jaren veertig vorige eeuw. De onwetende, onbevangen jongen van veertien wordt opgepakt en per trein afgevoerd. Stukje bij beetje breekt het besef bij hem door wat er gebeurt, welke gevaren hem bedreigen en hoe hij moet leren te overleven. Kertész sterke kant is dat hij zowel deelnemer als waarnemer is van de gruwelijke vervolging waaraan hij en zijn lotgenoten zijn blootgesteld. Als lezer word je op dezelfde wijze meegenomen en aan de hand van het verloop van de gebeurtenissen ervaar je de angst, de hoop, de vrees en de drang tot zelfbehoud van de hoofdpersoon. Overleven was mogelijk omdat, zo schrijft Kertész, het verloop van de tijd ons hielp. Hadden wij op enig moment het volledige besef gehad wat ons overkwam, dan zou die werkelijkheid voor ons het einde hebben betekend.
Maar Kertész overleefde en schreef. Zijn boeken overleefden ook. Moeten wij, vroeg ik Leona deze belevenissen uit het verleden dat nu zo ver achter ons ligt nog lezen? Ja, zei ze, daar zijn verschillende goede redenen voor. Voor Hongarije is het belangrijk af te kunnen stappen van de slachtofferrol die men zich had aangemeten, zowel ten opzichte van de Tweede Wereldoorlog als daarna. Voor Nederlanders is het goed om inzicht te krijgen in de geschiedenis van een deel van Europa dat nu weer met ons verbonden wordt. En voor iedereen is het goed om te onderkennen tot welke gruwelijke uitwassen extreme standpunten over onze medemensen kunnen leiden. Kertész is wereldburger geworden, zijn werk verdient de erkenning en hij kreeg terecht de Nobelprijs.

Onbepaald door het lot, vertaald door Henry Kammer, uitgave Van Gennep (244 blz. Euro 18,-) ligt in onze boekwinkel.

Noud Bles
terug naar columnarchief