Van Boeken Bezeten 74

Reisboeken en boeken voor de reis.

Elk jaar als wij de mogelijke reisdoelen bespreken, staan we uitgebreid stil bij IJsland. Voor- en nadelen wegen we af, dan noemen we de namen van kennissen die ooit erheen gingen en met enthousiaste verhalen terugkwamen en… besluiten om IJsland dit jaar weer te laten vallen. Als zelfgekozen compensatie lees ik nu een roman van een IJslandse auteur: Het visconcert van Halldór Laxness. Geen modale schrijver, in 1955 kreeg hij de Nobelprijs voor de Literatuur “voor de levendige epische kracht waarmee hij de grote IJslandse vertelkunst heeft vernieuwd” (motivatie van de Zweedse Academie). Zijn publicatielijst past niet op één A4, vijf van zijn romans zijn in vertaling bij Uitgeverij De Geus verschenen.

‘Een wijs man heeft ooit gezegd dat behalve het verlies van een moeder er niets gezonder is voor een kind dan het verlies van zijn vader.’ Zo begint Het visconcert. Alfgrim, de jonge hoofdpersoon heeft geen vader en geen moeder, hij wordt opgevoed door twee oude mensen die hij opa en oma noemt. In onze letteren zou elke hoofdpersoon met zo’n biografie op zoek gaan naar zijn roots en alle moeilijkheden en drama’s overwinnen om in aanraking te komen met of kennis te vergaren over zijn biologische herkomst. Niets van dit alles drijft Alfgrim, zijn ideaal is het om de kleine wereld waarin hij opgroeit niet te hoeven verlaten. In plaats van grote uitdagingen, haast onoverwinbare problemen en verre plus gevaarlijke streken kiest deze jonge held voor de beschutting van de kleine gemeenschap van vissers en veeboeren. De vermeende opa vist op snotolf, anderen vangen vissoorten als leng of grauwkwabaal. De komst van een kalf is voor de eigenares reden om de hoofdpersoon op te dragen te leren schrijven en de verzorging van het pasgeboren kalf te boek te stellen. Passages als deze leren ons hoe belangrijk voor de bewoners van het dorp het geslacht van het jonge dier is: als het een koekalf is krijgt het beest een naam en volgen er gedetailleerde aanwijzingen voor het voeren en verzorgen van het jonge dier. Bij een stierkalf beperkt men zich tot het strooien van droge turf. Het boek staat vol vreemde passages over vreemde personen. Antwoorden die zij geven, hebben bij voorkeur niets met de gestelde vragen te maken. Zoals Willem Brakman bij ons probeert hoever hij kan gaan om de verhaallijn in de roman te ontregelen, zo stapelt Laxness dialoogfragmenten schots en scheef op elkaar om te kijken wanneer de blokkentoren omvalt. Voor liefhebbers (net als de boeken van Brakman).

Van IJsland naar Centraal Azië, voor de lezer is het minder dan een voetstap. Van de wonderlijke hoofdstukjes van Halldór Laxness naar de weidse beschrijvingen van reisschrijver Colin Thubron, daar draaien wij lezers onze hand nauwelijks voor om. Thubron is reisschrijver van beroep en hij hoort tot de beteren. De bijzondere ontmoetingen die elke reiziger opdoet, weet hij in te bedden in de geschiedenis van de stad of streek. De beschrijvingen van bergen, rivieren, bouwwerken en wegen zijn illustraties bij de geografie van exotische werelden. Oorden die wij zouden kunnen bereizen, bij de hand genomen door de reisleiders van Shoestring of Koning Aap, bezoeken wij lezende, pagina na pagina met boekenkasten vol secundaire literatuur binnen handbereik. Stel, ik volgde de reis van Colin Thubron die hij beschrijft in Schaduw van de zijderoute en ik begon ook in het centrale deel van China, in Xian, van waaruit de terracottalegers hun opmars over de wereld zijn begonnen, in mijn rugzak stopte ik zeker Marco Polo’s Het boek der wonderen en pas daarna zette ik mijn voeten neer in de voetstappen van de Gele Keizer. Aan het hof van deze keizer wordt door een van de vele echtgenotes van de keizer voor het eerst zijde gesponnen, hier begint in de tijd de zijderoute, die naar het Westen gaat. Ook al leert het taoisme dat de weg belangrijker is dan het te bereiken doel, in de handel geldt het omgekeerde en zo reist het delicate weefsel naar Kirchizië, waar ik een korte stop maak om een van de boeken van Tsjingis Ajtmatov uit mijn fictieve reistas te halen, Dzjamilja of De Bonte Hond die langs de zee loopt, terwijl de zee nog 5000 barre kilometers is te gaan. Eerst komen nog Oezbekistan en Afghanistan (natuurlijk staan de bladzijden van De boekhandelaar van Kaboel mij nog helder voor de geest), daarna een eindeloze tocht door Iran (maar ik dood mijn tijd met Kader Abdloah, Het huis van de moskee) om te eindigen in het uiterste oosten van Turkije in Antakya, voorheen het vroegchristelijke Antiochië van Petrus en Paulus en daar weer voor de stad Issos waar Alexander de Grote de Perzische legermacht van Darius versloeg. In een oogwenk zweef ik weg in Couperus’ laatste, en volgens mij grootste roman Iskander.

Als je jong bent, schrijft Thubron op de tweede bladzijde van zijn zijderouteboek, ga je op reis omdat je smacht naar het avontuur, als je oud bent, reis je omdat je iets wilt begrijpen voor het te laat is. De boekhandel staat vol reisboeken en boeken voor tijdens elke reis. Het mooie van boeken is dat je alle reizen ook kunt maken zonder een stap buiten het eigen veilige huis te zetten. Met boeken kan alles.

Noud Bles 

Halldor Laxness: Het visconcert, Uitgeverij De Geus, € 22,50
Colin Thubron: Schaduw van de zijderoute, Uitgeverij Atlas, € 24,90
Marco Polo: Het boek der wonderen (Il Milione), Polak en Van Gennep, € 15,90
Tsjingiz Ajtmatov: Dzjamilja, Uitgeverij De Geus, € 12,-
Ĺsne Seierstadt: De boekhandelaar van Kaboel, Uitgeverij De Geus, € 20 (geb.) € 5,99 (pocket)
Kader Abdolah: Het huis van de moskee, Uitgeverij De Geus, € 22,50 (geb.) € 12,50 (pocket)
Louis Couperus: Iskander, alleen verkrijgbaar in het antiquariaat
terug naar columnarchief