terug naar columnarchief
Van boeken bezeten 7:

Voorbij die mooie zomer.

Vandaag is het 11 september en de regen drupt. Niet het weer wat in Amerika bij de Indian Summer hoort. Over New York en Washington n jaar geleden komen deze dagen de meest indringende verhalen tot ons. Om ons collectieve geheugen te oefenen. Proust en het derde deel van mijn reis naar de verloren tijd laat ik even voor wat het is. Het binnendringen van de vliegtuigen en instorten van de twee torens, elk 417 m hoog, worden net als een jaar geleden op alle zenders vele malen herhaald en elke keer maakt het een even onuitwisbare indruk. De media heersen over onze herinnering. Ik verdring de gedachte: hoe zou Marcel Proust - als hij nu leefde - zon gebeurtenis beschrijven, op welke manier zou hij het inzakken van twee keer 110 verdiepingen in romanvorm verwerken. De werkelijkheid overtreft de wildste fantasie, maar als ons voorstellingsvermogen te kort schiet, wat met mij velen overkwam bij het zien van de verschrikkelijke beelden, dan wordt de hulp ingeroepen van het beeld van de fictie. Ik dacht dat ik naar een film zat te kijken. zo verklaarden we vorig jaar vaak ons ongeloof.

Bij het loslaten van gebeurtenissen uit het verleden hoort het terugblikken. Van dit intermezzo maak ik gebruik om kort en bondig de voorbije boekenzomer met u door te nemen. Voor we weer met onze neus op de actualiteit van het najaarsaanbod van de uitgeverijen worden gedrukt, stel ik vier vragen:
Was dit de zomer van Harry Mulisch, die zijn vijfenzeventigste verjaardag vierde; hetgeen door geen enkele krant werd overgeslagen en in vrijwel alle boekwinkeletalages prominent werd neergezet. In Duitsland zou bij zon verjaardag het verzameld werk in dundruk in cassette zijn uitgebracht. Zuinig als wij in ons boekenland zijn, wachten wij tot de auteur dood en begraven is en we er honderd procent zeker van zijn dat van hem niets nieuws meer kan verschijnen.
Of was dit de zomer van Martin Walser, die het aandurfde om Duitslands even vooraanstaande als gevreesde criticus Marcel Reich-Ranicki in de sleutelroman Tod eines Kritikers genadeloos neer te zetten?
Of was deze zomer die van Herman Hesse; op 2 juli was het honderdvijfentwintig jaar geleden dat hij werd geboren. Zal ik ooit zijn Siddartha of Steppewolf lezen die op de boekenplank geduldig op hun beurt wachten?
Of was dit de zomer van Alexandre Dumas, die tweehonderd jaar geleden het levenslicht zag? Van hem las ik, weliswaar lang geleden, De graaf van Monte-Cristo en De drie musketiers.

De lezer mag het zeggen. Als lezer hebben wij altijd het laatste woord. Boeken, oud of nieuw, lang geleden verschenen of net uitgebracht, geven ons de macht terug over het enige kostbare goed wat wij bezitten: onze eigen tijd.

Nog steeds op 11 september om 11 uur gaat de telefoon. Onze dochter meldt vanaf Schiphol veilig te zijn geland. Een gewoon bericht, maar een zucht van verlichting kan ik niet onderdrukken.

Noud Bles