Van Boeken Bezeten 61

De op 0,5 procent beste Nederlandse roman aller tijden komt uit Iran

In het televisieprogramma De avond van het boek 2007 waarmee de publieke zenders de Boekenweek openenden (en gezien hun ontbrekende belangstelling meteen ook weer afsloten) maakte eregast Geert Mak de uitslag van de verkiezing van ‘het beste Nederlandse boek aller tijden’ bekend. Genomineerd waren negen romans van Nederlandse auteurs en een boek van de in Nederland wonende en schrijvende Iraniër Kader Abdolah. Nadat acht erkende meesterwerken (waaronder Reve, Hermans en Multatuli) met toenemende spijt door de eregast waren afgeserveerd, bleven er over: de onvermijdelijke Harry Mulisch en de verrassing Kader Abdolah. Mulisch werd winnaar. Wie, inclusief hijzelf, had anders verwacht. ‘Sinds de Grieken is er niet meer zo’n Goddelijke Komedie geschreven,’ luidde een van de motivaties voor de keuze van De ontdekking van de hemel en je vraagt je af of de ontlezing al zolang duurt. Maar wie is schrijver nummer twee die, zoals later bleek, slechts 69 van de in totaal 15.000 uitgebrachte stemmen tekort kwam om de beste Nederlandse roman aller tijden geschreven te hebben? En met welk boek presteert hij het om de schier onbereikbare Mulisch zo onfatsoenlijk dicht te naderen?

Kader Abdolah overschrijdt de Nederlandse grens in 1988. De dan 33 jaar oude, links radicale activist ontvlucht Iran voor het fundamentalistisch islamitische bewind van ayatolla Khomeini. Veel liever had hij asiel gevonden in de Sovjet-Unie, maar de nog net bestaande rode heilsstaat houdt haar grens voor hem gesloten. Het Nederland van toen is nog gastvrij en geeft hem een huis in Zwolle, waar hij aan de hand van Annie M.G. Schmidts Jip en Janneke zichzelf in het Nederlands leert schrijven. Die eerste verhalen gaan over het opvangcentrum en aan zijn daaraan voorafgaande belevenissen. In 1993 verschijnt bij uitgeverij De Geus zijn debuut: De adelaars, één jaar later de vervolgbundel De meisjes en de partizanen. Geen mooi taalgebruik, geen soepele zinnen en glad lopende verhalen, maar wel een schrijver met een nieuw, voor onze letteren eigen stemgeluid. Kende hij bij aankomst op Schiphol als enige Nederlands woord: hallo, in Zwolle kijkt hij uit het raam en noteert: ‘Ik bevond me opeens in een verrassend mooi landschap. Overal was het groen. Het was stil, en vochtig. Ik zag koeien in mistflarden en een stromende rivier.’ Hij koopt een tweedehands computer en kiest voor een ijzeren dagindeling: van 9 tot 11 uur boeken lezen, Nederlandse klassieken en wereldliteratuur; daarna tot 6 uur ’s avonds achter de computer. Hij schrijft volgens het systeem van het automatisch schrift (écriture automatique), elk schrijven doet schrijven, de associaties stromen en de kisten van het geheugen gaan open, niet alleen van zijn eigen geheugen, ook die van zijn uitgebreide familie en voorouders. In het land waar hij de eerste dertig jaar van zijn leven doorbracht, wordt de rijkdom van de orale en geschreven cultuur niet in jaren maar in eeuwen gemeten. Achthonderd jaar lang woont de grootfamilie in het voorname huis naast de moskee. De imam van het godshuis was altijd afkomstig uit deze clan en het economische en burgerlijke verkeer in de stad werd door de familievader gedomineerd. De laatste generatie die zo leefde en de verandering die daar een einde aan maakte, zijn de hoofdthema’s in Het huis van de moskee, een ruim 400 pagina’s tellende in 2005 verschenen roman. Dit boek, Abdolahs elfde titel in twaalf jaar tijd, steekt anno 2007 feitelijk Harry Mulisch naar diens hooggeachte kroon. De 0,5 procent verschil in de einduitslag is wetenschappelijk verwaarloosbaar. Onze vaderlandse kritiek ontving het bijna beste Nederlandse boek aller tijden uiterst gemengd. ‘Een prachtig epos,’ zei iemand; ‘een opstel van een tienjarige,’ oordeelde een ander. Nog een verschil: van Het huis van de moskee zijn inmiddels 100.000 exemplaren verkocht. Dat zullen er veel meer worden, maar naar de 40 drukken en 650.000 stuks van De ontdekking van de hemel  is het nog een lange weg te gaan.

Als bij Kader Abdolah de stroom associaties niet opdroogt en hij de kisten van het geheugen van hemzelf en van anderen blijft openen, kan hij de eerste Nederlandse auteur met twee vaderlanden worden die eens op een derde donderdag in oktober wel verrassend nieuws uit Zweden gaat horen. Wanneer hij de prijs krijgt waar Harry Mulisch alleen van droomde.

Noud Bles

De adelaars, verhalen (Uitgeverij De Geus,1993) geb. € 14,- pb. € 10,-
De meisjes en de partizanen, verhalen (Uitgeverij De Geus, 1995) geb. € 14,- pb. € 10,-
Alle verhalen, Rainbowpocket nr 640 bevat de verhalen uit De adelaars en De meisjes en de partizanen, pb € 8,-
De reis van de lege flessen, verhalen (Uitgeverij De Geus, 1997) geb. € 14,-
Spijkerschrift, roman (Uitgeverij De Geus, 2000) geb. € 19,90 pb. € 12,50 pocket € 6,-
Een tuin in de zee, verzamelde columns (Uitgeverij De Geus, 2001) geb. € 16,-
De koffer, kort verhaal plus bio- en bibliografische gegevens (Uitgeverij De Geus, 2001) pb. € 4,-
Karavaan, verzamelde columns (Uitgeverij De Geus, 2003) pb. € 12,50-
Portretten, en een oude droom, roman (Uitgeverij De Geus, 2003) pb. € 12,50
Kélilé en Demné, vertaling van Perzische klassieke roman (Uitgeverij Bert Bakker, 2003) pb € 17,95
Het huis van de moskee, roman (Uitgeverij De Geus, 2005) geb. € 22,50 pb. € 12,50
De droom van Dawoed, roman (Uitgeverij De Geus, 2006) pb € 6,-
De koe, verhalen (Uitgeverij De Geus, 2007) pb. € 12,50
terug naar columnarchief