Van Boeken Bezeten 60

De ondraaglijke dingheid der dingen, is er humor in de Nederlandse letteren?

Er bestaat één boekje over humor in de literatuur, geschreven door een Amerikaan en in het Nederlands vertaald. Die vertaling is - wat ongebruikelijk - in Londen uitgegeven. De originele Engelse uitgave is niet meer verkrijgbaar en de vertaling blijkt onvindbaar. Volgens Frans Polman -wij zochten een hele avond vergeefs in alle uithoeken van internet - is een onvindbaar boek een boek dat nog niet is gevonden.

Humor is onze letteren bestaat, zo leert het boekenweekmagazine van dit jaar, uit scherts, satire en ironie. We lopen deze drie categorieën na. Zullen we in lachen uitbarsten? bitterzoet glimlachen? of onze innerlijke lachrimpels plooien?

Scherts gedijt het beste oog in oog met de humorist, hij of zij op de planken en wij met velen in de zaal. Voorlopig hoogtepunt was voor mij de opkomst van Toon Hermans in de Nijmeegse schouwburg. Hij was niet grappig aangekleed, had nog niets gezegd en maakte geen komische gebaren. De zaal bulderde, Toon deed een iets te overdreven poging om het publiek tot bedaren te brengen. Geen schim hiervan, vrees ik, ervaren wij als we de vele boekjes van cabaretiers die in de Boekenweek over ons worden uitgestort ter hand nemen. Uit de stoel, naar het theater, lijkt me.

Satire. Je kunt proberen een satire op een satire te schrijven, Grunberg bijvoorbeeld deed dat in 2001 met De mensheid zij geprezen. Natuurlijk worden het origineel uit 1508 en de ‘remake’ in het kader van de boekenweek 2007 opnieuw uitgebracht. Wat een geslaagde satire op het boekenvak.

Ironie is onze nationale deugd het een te zeggen en in ernst het ander te bedoelen. Het woord ‘humorvol’ gebruiken als humoristisch wordt bedoeld. Lachen is leven, is de titel van een lijvige bloemlezing Nederlandse humor van 1883 tot 1958 in woord en beeld. In het eerste hoofdstuk schrijft de auteur van Camera Obscura (de Leidse student Hildebrand) zichzelf in een brief over humoristen: ‘Het hele land is er van vergiftigd; humoristen op rijm; humoristen in proza; geleerde humoristen; sentimentele humoristen; boek- recensie-, mengelwerk-, brief-, voorrede-, titelblad-humoristen…’ Dat gaat zo een halve pagina door. Geef mij maar humor in beeld. Al in 1915 roept een Amerikaanse president in een spotprent tegen de wereld: ‘Hou me vast, hou me vast, of ik bega een ongeluk!’  Uit de kast plukte ik ook: Beroemde humoristische verhalen, een uitgave uit 1981. Het enige humoristische verhaal uit het Nederlandse taalgebied vond ik daar: Onze Lieve Heer en de koei van Felix Timmermans. Vergeet niet dat in 1981 de nationale commissie voor de propaganda van het boek Gerard Reve’s novelle De vierde man als boekenweekgeschenk weigerde. Reve kon zich geen betere verkoopondersteuning wensen, Herdruk volgde op herdruk en zijn verhaal werd drie jaar later succesvol verfilmd. Dat was pas gevoel voor humor.

Om welk lachwekkend boek uit 2007 zullen wij over vijfentwintig jaar in schateren uitbarsten? Mijn tip: Zo klinkt dus weggesmeten geld, de keuze van Jos Versteegen en Mijndert Burger uit de beroemde light verse-afdeling van tijdschrift De tweede ronde (uitgeverij Mouria, € 15,-). Als het weggesmeten geld is, kun je om jezelf lachen en de beste humor bespot zichzelf.

Het boek in de aanhef heb ik na veel vijven en zessen op een Duitse website gevonden, besteld, binnengekregen en gelezen. Het heet Humor en gaat niet over humor in de literatuur, maar behandelt de literatuur over humor. Overbodig, onvindbaar is dus beter. Dat vind ik nou leuk.

Noud Bles
terug naar columnarchief