Van boeken bezeten 4

De sokken bij Tolstoi

Van het een komt het ander, en zo bracht Margriet de Moors Kreutzersonate mij op het herlezen van L.N. Tolstoi’s gelijknamige novelle. Bij het lezen ontdekte ik een fout, die te bijzonder is om onvermeld te laten. In hoofdstuk XXVI komt de hoofdpersoon Pozdnysjew aan op het station in zijn woonplaats en neemt een rijtuig naar huis. Hij is zeer opgewonden omdat hij verwacht thuis zijn echtgenote samen met haar minnaar op overspel te betrappen. De tekst: Toen ik een halve kilometer had gereden, kreeg ik koude benen en ik dacht eraan dat ik in de trein mijn wollen sokken had uitgetrokken en ze in de tas had gestopt. We volgen de bedrogen held op de voet naar zijn huis - bij aankomst blijkt inderdaad de minnaar als enige de echtgenote gezelschap te houden - maar overmand door verdriet en woede plus de weerzin zijn kinderen door zijn impulsieve optreden te wekken sluipt hij naar zijn studeerkamer waar hij in snikken uitbarst en het hoofdstuk eindigt met: Ik geraakte in de toestand van een wild dier, of van een mens onder invloed van fysieke prikkeling ten tijde van gevaar wanneer hij, alles precies afwegend, handelt zonder zich te haasten, doch zonder een minuut te verliezen en slechts gericht op één doel.
Hoofdstuk XXVII begint dan als volgt: Het eerste wat ik deed, ik trok mijn schoenen uit en alleen op mijn sokken liep ik op de divan toe, waarboven aan de muur mijn geweren en dolken hingen; ik nam mijn dolk van Damascusstaal… Wat lezen we hier? op mijn sokken? Op de sokken die in het vorige hoofdstuk waren uitgetrokken en in de tas gestopt? Sokken die tijdens de rit in het rijtuig werden gemist en aangezien we de hoofdpersoon geen moment uit het oog hebben verloren en van al zijn handelingen nauwkeurig op de hoogte zijn gesteld, behalve het opnieuw aantrekken van deze lage kledingstukken, verwachten we zijn sokken in de tas, maar niet aan de voeten van de arme Pozdnysjew als hij loopt naar de divan en naar de geweren en dolken aan de muur.
Voor de zekerheid raadpleegde ik de beide beschikbare vertalingen van De Kreutzersonate, De Prisma-pocket nr 545 en Amstel Literaire Vierkant nr 6. Zowel bij N. Oblonsky/Margaretha Ferguson (Prisma) als bij Marko Fondse (Amstel) geen sokken in hoofdstuk 26 en op sokken in de richting van de wapens lopen in het hoofdstuk erna. Slechts wanneer de bedrogen hoofdrolspeler (want bedrogen was hij, wraak nemend met zijn dolk, dat verklapte ik al in mijn vorige bijdrage), tijdens zijn reis twee paar sokken over elkaar heeft gedragen, laten we zeggen onder- en bovensokken, en hij heeft zijn bovensokken al in de trein uitgedaan en in zijn tas opgeborgen, alleen dan kan hij thuisgekomen zijn wraakgevoelens de vrije teugels geven, zijn schoenen uitdoen en op zijn ondersokken richting de wand met de wapens schrijden. Maar dan had ik net als over de kwaliteit van het staal van de dolk ook geïnformeerd willen worden over de verschillende soorten sokken van onze held.

Dichterlijke vrijheden, tenslotte, wat denkt u, wat mag er wel en wat mag er niet? Mag, om een ander voorbeeld aan te halen in de derde aflevering van het feuilleton Krijg nou wat de ons verder nog onbekende hoofdpersoon door het VENSTER OP DE WERELD naar buiten kijken op het moment dat deze gouden rand al niet meer in de boekhandel hing? En mag de zij in dit verhaal door het niet meer aanwezige venster vervolgens bloeiende kastanjebomen ontwaren terwijl je met de beste bril van de wereld vanuit de boekhandel Polman aan de Dorpsstraat in Bemmel alleen maar lindebomen kunt zien? Maak van uw hart geen moordkuil, vertel het mij.

Noud Bles
terug naar columnarchief