Van Boeken bezeten 26

Tsjechische literatuur bestaat niet

Wie op zoek gaat naar Tsjechische literatuur vindt veel auteurs en stapels boeken. Bijna iedere lezer heeft iets van Milan Kundera in de kast en bij vrijwel niemand ontbreekt de schrijver Franz Kafka. Als je het woord Kafka in verband brengt met het gedrag van een organisatie weet zelfs een niet-lezer precies wat je bedoelt. Maar bestaat de Tsjechische literatuur? In mijn inmiddels aardig uitdijende collectie korte verhalen bevindt zich geen enkele bundel Tsjechische auteurs, terwijl ik op die planken struikel over boeken vol bijeengebrachte klassieke, moderne, hedendaagse, meesterlijke Russische, Spaanse, Italiaanse, Hongaarse, Poolse, Ierse, Franse en Engelse verhalen. Zijn de Tsjechen geen verhalenvertellers? Toch wel, in het groepje Hongarije, Polen en TsjechiŽ wint de laatste - in aantal verhalen - het met gemak. Misschien moeten we eerst naar de Tsjechische schrijvers en hun boeken kijken en daarna nog eens de stelling ďTsjechische literatuur bestaat nietĒ testen.

De eerste Tsjech is meteen de grootste: Franz Kafka, maar is, beter gezegd was, hij een Tsjech? Kafka is afkomstig uit een familie van kleine joodse ambachts- en handelslieden die in de Bohemen woonden. Franz Kafkaís ouders trokken naar Praag en kozen voor het Duits, de taal van keizer die in Wenen woonde en geleidelijk meer rechten toestond aan de ambitieuze groep vreemdelingen in het Habsburgse veelvolkerenrijk. Dus is Franz Kafka (1883-1924) geen Tsjechische auteur, hij schreef in het Duits en het weinige dat van hem tijdens zijn leven in druk verscheen, werd gepubliceerd door een Duitse uitgever. Toen Kafka in 1924 aan tbc stierf gaf hij alle deels onvoltooide, grotendeels onuitgegeven manuscripten aan zijn, eveneens joodse vriend Max Brod en verzocht hem dringend de hele stapel te vernietigen. Max Brod bewaarde alles. Op het moment dat de naziís in 1938 Praag binnenmarcheerden, propte hij Kafkaís teksten in een handkoffer en ontvluchtte de hoofdstad met de laatst haalbare trein. Dankzij deze trouwe vriend kennen en bewonderen we Het proces, Het slot en De gedaanteverwisseling. Kafka lezen is je leven veranderen. Ik raad iedereen aan dat te doen.

Bohumil Hrabal de schrijver die we ťťn generatie later in Praag aantreffen, is in alles Kafkaís tegenpool. Hrabal is de schrijver uit de kroeg, zijn verhalen zijn doortrokken van drank, droesem en roes. Die gaan over zijn oom Pepin die de ene week zijn ene arm waste, de tweede week zijn ene been, de derde week zijn andere arm, de vierde week zijn resterende been, weer een week later zijn nek, over het oude baasje dat al vijfendertig jaar oud papier plet en die complete bibliotheken tot balen hergebruikpapier perst, over de kleine kelner van hotel Praag, die van zijn chef alles moet zien en alles moet horen, maar die niets mag hebben gezien en niets mag hebben gehoord. Hrabal is een schrijver die verslavend werkt, ťťnmaal iets van hem gelezen, ben je verkocht. Hrabal smaakt altijd naar meer. Weet waar je aan begint als je Zwaarbewaakte treinen ter hand neemt. Of Gekortwiekt of Het stadje waar de tijd stil is blijven staan. Van de onlangs verschenen autobiografische triologie Verschoven zelfportret beviel mij vooral het laatste deel Kaalslag.

Omdat iedereen Milan Kundera kent, hoef ik zijn befaamde boeken, De ondraaglijke lichtheid van het bestaan, De grap en Het boek van de lach en de vergetelheid niet te noemen. In deze rubriek de kennismaking met drie dunne romans: De traagheid, Onwetendheid en Afscheidswals.
De traagheid is het minst Tsjechisch. Het verhaal speelt zich af in Frankrijk, waar Kundera sinds 1975 woont. De hoofdpersoon verheerlijkt de traagheid: er bestaat een geheim verband tussen traagheid en geheugen, tussen snelheid en vergetelheid. Hij bedenkt verhaaltjes die dienen om te charmeren en te imponeren, wat we leren is hoe de liefde werkt. In de roman Onwetendheid is de recente geschiedenis van TsjechiŽ weer wel de motor van de lotgevallen van de hoofdpersonen. Twee mensen die na 1968 hun vaderland verlieten, keren ruim twintig jaar later onafhankelijk van elkaar er weer in terug. De terugkeer is een bron van verwarring en teleurstelling: TsjechiŽ is veranderd, de achtergeblevenen zijn veranderd en zij herkennen zichzelf niet meer. En het geluk fdat zij najagen is niet meer het geluk uit hun jeugd. Afscheidswals tenslotte is een vroeg werkstuk, nog uit de tijd waarin Kundera in Praag woonde. De wals beslaat de vijf laatste dagen in TsjechiŽ van alweer iemand die zijn land verlaat en onbereikbaar wordt voor de liefde, het overspel en de dood.
Tegenwoordig schrijft Kundera zijn romans direct in het Frans, een bewijs dat hij in die taal zijn andere vaderland heeft gevonden.

Minder bekend, en wat mij betreft onterecht, is Ivan Klima, hij bleef in TsjechiŽ en was achtereenvolgens landmeter, straatveger, grafdelver en schrijver. Zijn Praagse ochtenden beschrijft zeven ochtenden vol ongewone belevenissen overgoten met het absurdistische sausje waarvan deze nieuwe buren in Europa het geheime recept kennen.

Tot slot nogmaals de vraag: bestaat de Tsjechische literatuur? Natuurlijk moeten we aannemen dat die er is, maar
ik heb de Tsjechische literatuur niet gevonden. Wel de Praagse literatuur, daar vinden we belangrijke schrijvers die stuk voor stuk de moeite waard zijn om hen te leren kennen. Of beter te leren kennen.

Noud Bles
terug naar columnarchief