Van Boeken Bezeten 25

Poolse schrijvers overdrijven op hun eigen manier

‘Nog is Polen niet verloren’, luidt de eerste regel van het Poolse volkslied en daarmee is een hele bepaalde toon gezet. Optimisme, vaak tegen beter weten in, en dapperheid, ook die van de gedoodverfde verliezer. Op 1 mei aanstaande treedt Polen, verreweg als grootste van de tien nieuwe leden toe tot onze Europese familie. Over hun schrijvers en hun boeken een kort, maar avontuurlijk overzicht.

De eerste die ik noem is Witold Gombrowicz. Geboren in 1904, vertrokken in 1939 naar Argentinië en in 1963 teruggekeerd naar Europa (maar niet naar zijn geboorteland waar zijn werk niet mocht worden uitgegeven) stierf hij in Frankrijk in 1969. Pas na zijn dood wordt de ban op zijn publicaties opgeheven. De twee belangrijkste romans van Gombrowicz zijn: Ferdydurke (1937) en Kosmos (1965). Ferdydurke is een grimmig sprookje over een dertigjarige man, die een kind wordt omdat zijn omgeving hem als zodanig behandelt. Het is niet moeilijk hierin Polen te herkennen omringd door supermachten. Kosmos behandelt de vergeefse poging om greep te krijgen op de chaos. Alle, tot de meest onbenullige verschijnselen worden door de hoofdpersoon opgemerkt, geanalyseerd en met elkaar in verband gebracht. Boeken die beklemmen zodra je je als lezer erin onderdompelt.
Czeslaw Milosz kreeg de Nobelprijs voor de literatuur in 1980. Hij woonde en werkte in Parijs, waar hij om te ontkomen aan de stalinistische cultuurpolitiek in 1951 asiel had gevraagd en gekregen. Onder de titel De geknechte geest beschrijft hij de gevolgen van het verlies van traditionele waarden als vrijheid, democratie en tolerantie bij de opbouw van de socialistische staat. Een reconstructie van zijn jeugd in Litouwen (dat voor de Tweede Wereldoorlog onderdeel was van Polen) zijn de belevenissen van de jonge hoofdpersoon Thomasz in de roman Het dal van de Issa.
Gombowicz en Milosz waren artistieke vluchtelingen (zouden zij door minister Verdonk zijn toegelaten?). De schrijvers die in Polen bleven, verwerkten na 1945 hun oorlogservaringen en voelden snel het voorschrift knellen om door middel van socialistisch realisme een bijdrage te leveren aan de opbouw van het verwoeste land.
Uit deze groep auteurs kies ik Tadeusz Konwicki. Na een korte flirt met het startende communisme wordt hij uit de partij gezet en mogen zijn boeken vaak niet en dan soms weer wel worden gepubliceerd. De niet toegestane romans verschijnen via de dan bloeiende ondergrondse literaire pers en… in het buitenland, vooral in Engeland en Nederland. Bij ons worden in korte tijd zes vertalingen uitgebracht. Hieronder Het Poolse complex, waarin een groep Warschauers op kerstavond in de rij staat voor de staatsjuwelierswinkel omdat volgens het gerucht er gouden ringen uit Rusland zullen arriveren. De winkel sluit en de teleurgestelden vieren hun kerst zonder ringen met veel drank, ophef en valse intimiteit. Het model van de failliete Poolse samenleving op dat moment. Aan een ander boek van Konwicki bewaar ik persoonlijke herinneringen. Op verzoek van zijn vrienden smokkelde ik een ondergronds exemplaar het land uit en leverde dat af bij zijn Nederlandse uitgever (die op hetzelfde moment de Poolse uitgave ook via de Londense connectie ontving). Onderaardse rivier, ondergrondse vogels, dit boek gaat over het afkondigen van de staat van beleg in 1981 en het verbieden van de vrije vakbond Solidarnosc. Bij ons kwam het boek uit in de herfst van 1988 en dan is het nog geen jaar te gaan naar het befaamde najaar van 1989, wanneer alles wat onveranderlijk leek in sneltreinvaart verandert.

Van de actuele Poolse auteurs - en wij blijven dankzij de uitgeverijen De Geus en Meulenhoff  goed op de hoogte - mogen niet ongenoemd blijven Wislawa Szymborska en Pawel Huelle.
Wislawa Szymborska, de Nobelprijswinnares van 1996, is de dichteres van de schijnbare eenvoud en de ontwapenende openheid, dé kenmerken van meesterschap. Haar verzamelbundel Uitzicht met een zandkorrel (Rainbow essentials), is een juweeltje in alle opzichten. Wie niet van poëzie houdt en zeker niet van buitenlandse gedichten, moet deze lakmoesproef  nemen. Voor altijd bekeerd worden en ontelbaar veel ogenblikken gelukkig zijn, is het gegarandeerde resultaat. Prijs slechts tien Euro. Een groot geluk, en daarmee is niets teveel gezegd.
De laatste Pool is de 47-jaar jonge Pawel Huelle. Zijn onlangs verschenen Mercedes-Benz trok mijn aandacht door de ondertitel: Uit de brieven aan Hrabal. Over de Tsjechische Hrabal lezen we meer in de aflevering over de literatuur van die EU-nieuweling. Huelle toont zich een knappe leerling van de grote Tsjech aan wie hij in een uitgebreide brief zijn autorijlessen en de voorgeschiedenis van zijn familie beschrijft. Hilarisch waar het moet en ontroerend waar dit kan. Lees die man.

Te veel boeken zijn onterecht achterwege gebleven. De maand van het Poolse boek loopt - o wonder - van februari tot eind april. Kijk bij Polman naar de speciale brochure met kortingsbonnen van uitgeverij De Geus en profiteer.

Noud Bles


Een groot geluk

Het is een groot geluk
om niet precies te weten
op wat voor wereld we leven.

Daarvoor zouden we
heel lang moeten bestaan,
beslist langer
dan de wereld bestaat.

Alleen al om te vergelijken
andere werelden moeten leren kennen.

Uitstijgen boven het lichaam
dat in niets zo uitblinkt als in
beperken
en moeilijkheden scheppen.

Ter wille van het onderzoek,
het overzicht
en de definitieve conclusies
de tijd te bovenkomen
waarin alles maar voortijlt en wervelt.

In dat perspectief -
zeg voor altijd vaarwel
tegen details, episodes.

Het tellen van de dagen van de week
zou vast een bezigheid
zonder enige zin lijken,

een brief op de bus doen
een dwaze kwajongensstreek
het opschrift ‘het gras niet betreden’
een krankzinnig verbod.


Wislawa Zsymborska
(uit: Uitzicht met een zandkorrel, vertaling Gerard Rasch)

terug naar columnarchief