Van boeken bezeten 23

Russen

Krijgen we ooit genoeg van de Russische grootmeesters uit de negentiende eeuw? Van Poesjkin, Gogol, Dostojewski, Toergenjew, Tolstoj, Tsjechow? Ik in elk geval niet, telkens opnieuw delf ik schatten uit Ruslands zilveren boekeneeuw.
Deze maand richt ik de schijnwerper op de merkwaardigste onder die beroemde groten: Nikolaj Gogol. Nikolaj Vasiljewitsj Gogol (1809-1852) was een edelman uit Klein-Rusland (Oekraïne), die als 20-jarigr naar Petersburg ging, daar vergeefs aan een ambtelijke carrière begon, mislukte als geschiedenisdocent en koos voor de literatuur. Wat voor iemand was hij?
Veel wat uit Gogols leven bekend is, krijgt de aantekening: onwaarschijnlijk, fantasie, fictie, leugen. Gogol wordt echter nergens een leugenaar genoemd, hij fabuleert. Zijn fantasie werkt zo sterk dat hij gelooft wat hij schrijft en de verzonnen werkelijkheid als waar gebeurd presenteert. Zo zou, volgens eigen zeggen, Gogol van zijn grote voorganger Poesjkin, de grote dichter die in de hoofdstad populairder was dan de tsaar, verschillende anekdotes aangereikt hebben gekregen voor zijn verhalen. Gogol had aanvankelijk in Petersburg geen succes, telkens vlucht hij naar Duitsland om zich daar voor de door hem zelf bedachte ziekte ‘scrofulose’ te laten behandelen. Ook stort Gogol zich op het kaartspel, vergokt zijn eigen inkomsten en het geld dat hij anderen afhandig weet te maken.
Gogol is daarmee een geslaagde mix van Franz Kafka en Fjodor Dostojewski. Even onzeker en afhankelijk als de fantast uit Praag - beiden brachten het nooit tot een liefdesrelatie - en even verslaafd aan goklust en even ongedurig om op één plaats te blijven als Dostojewski. Gogol, ‘eeuwig op de vlucht voor zichzelf en voor het leven’ las ik in de inleiding van Petersburgse vertellingen, is wellicht het meest bekend als de auteur van het toneelstuk De Revisor (waar het literaire tijdschrift De Revisor zijn naam aan ontleent). Dit stuk - ik zag het op 29 januari in de schouwburg in Arnhem - begint met de jobstijding van de burgemeester van een klein stadje aan de notabelen: “Ik heb een alleronaangenaamste mededeling voor u. Er is een Revisor naar ons onderweg.”  De Revisor, een overheidsinspecteur, reist het land af op zoek naar misstanden, maar niemand weet hoe de Revisor eruit ziet en wanneer hij komt. Een handige nietsnut zonder geld maakt van de verwarring gebruik. Men ziet hem aan voor de Revisor en hij wordt in de watten gelegd, verovert de harten van de vrouwen en peutert geld los uit de zakken van de mannen. Als de grond onder zijn voeten te heet wordt, neemt hij de benen en… de komst van de echte Revisor wordt aangekondigd.
Grote tegenhanger van dit toneelwerk is de roman De dode zielen, waarin een eveneens charmante hoofdpersoon het platteland afreist teneinde zielen van overleden lijfeigenen op te kopen. Gogol is de uitvinder van het open einde. De dode zielen eindigt met een razende tocht zonder doel van de hoofdpersoon Tsjitsjikow in zijn door drie paarden getrokken rijtuig: “Rusland, waar stormt gij heen? Geef antwoord! Maar er komt geen antwoord. De bellen rinkelen met wonderbare klank, de in stukken gereten lucht begint te dreunen en verandert in windstoten, alles wat op de aarde is vliegt voorbij en andere volken en staten kijken angstig terzijde om plaats te maken en de weg vrij te maken.” Misschien kom ik nog eens op het hoofdthema, het aankopen van dode zielen,  terug in vergelijking met het kopen van de naam van een dode (Jorge Semprun), het overnemen van de identiteit van een gesneuvelde (Andreï Makine) en het kopen van de lichamen van overledenen (verhaal 2000 in mijn verhalenbundel Het Anatomisch museum).
Het liefst lees ik van Gogol de absurde korte verhalen met titels als: De mantel, De neus, De kales en Dagboek van een krankzinnige. Laatstgenoemde titel bleek profetisch. Evenals zoveel literaire collega’s van zijn eeuw, heeft Gogol nadat hij succes had geboekt zich een rol als Russische messias aangemeten en daarna volstrekt onleesbare traktaten geschreven vol aanwijzingen voor een ideale maatschappij. Gogols einde kwam met een depressieve hongerdood die versneld werd doordat de Moskouse specialisten bloedzuigers op zijn hoofd plaatsten en koude baden voorschreven, zijn lichaam gewikkeld in doeken. Een behandeling die een gezond paard niet zou overleven.

Wie zich wil warmen aan de lectuur van Nikolaj Gogol kan kiezen uit:
Het driedelige verzameld werk in de befaamde dundrukeditie van Van Oorschot,
Dode zielen, Pandora pocket
Verhalen, in een mooie band van L.J. Veen

Noud Bles
terug naar columnarchief