Van boeken bezeten 13

Arabische nachten

De hemel boven Bagdad licht op zoals Sjeherazade het in haar stoutste vertellingen niet haar heer en meester had durven beschrijven. Ze wist dat zodra haar vertelkunst hem onvoldoende zou boeien, zij net als haar voorgangsters bij het aanbreken van de nieuwe dag zou worden onthoofd. Haar duizend-en-een sprookjes zorgden echter na evenveel nachten ervoor dat zij (en de vrouwen na haar) aan de dood ontsnapten. Sjeherazade geloofde in de magie die woorden kunnen oproepen, haast op dezelfde wijze als Saddam Hoessein meent dat zijn woorden de loop der dingen verandert.

Geen wonder, dit heilige geloof in de macht van woorden. De hemel die op onze televisieschermen nu zo vals oplicht is die boven het tweestromenland, het land van de Eufraat en de Tigris, waar ooit de eerste door mensen geschreven woorden in spijkerschrift op kleitabletten werden gekrast en waar het oudste geschreven verhaal, het Gilgamesj-epos, vandaan komt. Gilgamesj was geen lieverdje. Hij werd koning van de op de oevers van de Eufraat gelegen stad Uruk. Als zoveel heersers dacht hij dat hij meer was dan zijn medemensen, volgens het verhaal was hij voor tweederde god en voor de rest net zo menselijk als wij. Samen met zijn dienaar Enkidu maakte hij avontuurlijke reizen en overwon hij vreselijke gevaren. Na het ombrengen van de hemelse stier die hen bedreigde, werd Enkidu getroffen door een fatale ziekte. Overmand door rouw en angst voor zijn eigen dood ging Gilgamesj wanhopig op zoek naar het eeuwige leven. Aan de rand van de wereld wachtte hem op de oever van de eindeloze zee de veerman Urschanabi. Deze bracht hem over de wateren van de dood naar zijn voorvader Utnapischtim, die aan de zondvloed is ontkomen en hem de waarheid voorhield: Toen de goden de mensen schiepen, bestemden ze de dood voor de mensen en het eeuwige leven bewaarden ze voor zichzelf.

We herkennen gemakkelijk de oerthema’s die later in het Midden-Oosten uitgroeiden tot mythen, sprookjes en religieuze heilsverhalen. Zoals we ook, gedwongen door de actualiteit, de plaatsen in het huidige Irak herkennen: Uruk lag ongeveer waar nu Nassiriyah op de kaarten in de kranten is aangegeven en op de rand van de wereld waar Gilgamesj zijn veerman vond, ligt de havenstad Umm Quasr; de eindeloze zee is de met veel oorlogsschepen gevulde Perzische Golf.

Deze week vraag ik me af: Waar zijn ze gebleven de Sjeherazade’s van onze tijd? Waarom zoeken ze de vorsten van de prille 21e eeuw niet op en vertellen hen ’s nachts fantastische verhalen zodat de heren vergeten dat ze oorlogen moeten voeren waarmee ze hun macht kunnen bevestigen en hun naam kunnen vereeuwigen? Kom dames Bush, Blair, en vooruit, mevrouw Saddam. Laat horen wat je kunt, vertel je beste verhalen, vertel op leven en dood, in vredesnaam, vertel.

Noud Bles
terug naar columnarchief